Over Zen

Eén van de eerste keren dat ik in een meditatieruimte binnenloop, zie ik een boek liggen over de grote Japanse Zen meester Dogen (1200-1253). In de paradoxale titel ‘Dogen, Mystical realist’ – Dogen, de mystieke realist – meen ik iets te proeven van hetgeen Zen mij te bieden zou kunnen hebben: zicht te krijgen op hoe het mystieke en het reële op wonderbaarlijke wijze samenvallen en elkaar niet uitsluiten. Of uitgedrukt in klassiek Zen jargon: hoe vorm en leegte één zijn. De oude Chinese Zenmeester Shitou ( 700-790) schreef er een beroemd gedicht over, de Sandokai. Het gedicht wordt nog steeds dagelijks in veel Zen tempels en kloosters gereciteerd. Het betekent vrij vertaald, de vriendschap tussen het vele en het ene. Zen verwijst naar de directe ervaring van deze werkelijkheid, jouw leven.

Zen gaat over jouw leven en over niets anders. De Zen weg gaan is dus niets anders dan jouw eigen leven ten volle leven, met alles wat daarbij hoort, niks uitgezonderd. Meditatie is een uitermate geschikte manier om hier direct verbinding mee te maken, met het leven dat je bent, wonderlijk en heel concreet te gelijker tijd.

Zen is geen verbetertraject, het leven is geen verbetertraject.
Het gaat erom helemaal te kunnen zijn waar je nu bent. Hoe je dat doet gaat niet over verbeteren, maar veel meer over aandachtig kijken en onderzoeken, aanvaarden, erkennen wat is, en zo verder. Het gaat veel meer over inzicht, over liefde, daar is er potentieel voor bevrijding. En dat is niet zozeer iets dat jij bewerkstelligt, maar veel meer iets van oooh, zo werkt dat.

Kuan Yin: Boddhisatva mededogen, godin van de Genade

Één van de moeilijkste vragen om te beantwoorden vind ik ´Wat is Zen?’. Zen is tegenwoordig een soort modewoord en wordt gebruikt in heel uiteenlopende contexten. Uiteindelijk zal iedereen zijn eigen antwoord op deze vraag moeten vinden. Bijgaand een selectie uitspraken hierover van leraren die mij inspireren en die je wellicht wat inzicht kunnen geven over waar Zen beoefening over gaat.

Uit: What is Zen?, Susan Moon & Norman Fischer
(vrij vertaald door Jean-Paul Barbou van Roosteren)
“Susan Moon:
 Wat is Zen? Er wordt veel over gesproken. Is het een interieurstijl? Een manier om thee te drinken? Betekent het eenvoud? Paradox? Ondoorgrondelijkheid? Is het trendy aardewerk?

Norman Fischer:
Een simpel antwoord is dat Zen Zen Boeddhisme is, een Aziatische religie die nu over de hele wereld wordt beoefend. In grote lijnen zijn er drie vormen van Boeddhisme: Theravada Boeddhisme, dat de nadruk legt op de vroegste geschriften, die het meest over individuele bevrijding lijken te gaan: Mahayana Boeddhisme, dat evenveel of meer de nadruk legt op mededogen en sociale betrokkenheid dan op individuele bevrijding; en het Vajrayana Boeddhisme (het Boeddhisme uit Tibet), dat gedetailleerde, esoterische, rituele praktijken toevoegt.

Zen is een vorm van het Mahayana Boeddhisme en ongeveer vijftienhonderd jaar geleden (meer dan een millennium na de tijd van de historische Boeddha) in China is ontwikkeld en werd al geëxporteerd naar Korea, Japan en Vietnam, eeuwen voordat het naar het westen kwam. In China ontmoette het Mahayana Boeddhisme de Chinese cultuur en creëerde een ​​nieuwe vorm van Boeddhisme die zowel intens als formeel was, en tegelijkertijd eenvoudig, zelfs poëtisch en grappig in zijn literaire stijl. Zoals alle religies kent het Zen Boeddhisme geestelijken, rituelen, geschriften, hiërarchie, enzovoort.

Dat is het simpele antwoord. Maar zoals je vraag al aangeeft, wordt het woord Zen in onze hedendaagse cultuur gebruikt om een ​​hele reeks ideeën aan te duiden, waarvan sommige voortkomen uit essentiële ideeën en praktijken van het zenboeddhisme. Het woord Zen impliceert aanwezigheid, kalmte, eenvoud, diepe acceptatie en volledig leven in het huidige moment. Dit zijn allemaal waarden die hun plaats hebben in de Zen Boeddhistische beoefening en leer.

De wezenlijke beoefening van Zen is zazen, zitmeditatie. Het woord Zen draagt ​​dus gewoonlijk een aura van stilte uit en van onmetelijkheid die met die stilte geassocieerd wordt. De leek P’ang, een legendarische figuur uit de oude Chinese Zen traditie, zegt in een beroemd geworden uitspraak dat zijn wonderbaarlijke beoefening eruit bestaat brandhout te kappen en water te putten. Dat is dus ook Zen, volledige aandacht voor alle activiteiten van het dagelijks leven.

Gezien dit alles is het gemakkelijk te begrijpen waarom het idee van Zen zo populair en zo multi-inzetbaar is geworden.”

Uit: Dick Verstegen geïnterviewd door Joost van den Heuvel Rijnders (30Now), 27 januari 2021
“Zen onderscheidt zich in niets van je eigen leven. Dit is geen dooddoener, ik zeg dat omdat we wel het idee kunnen hebben dat als we De weg of de Boeddha weg gaan, we naar een heel andere weg toe moeten dan waar we nu op zijn, maar dat is een misverstand. Jouw leven is jouw weg. Jouw leven is jouw Zen weg. Ik zeg vaak in een starterstraject Zen is werkelijk zijn waar je bent. Zo zou je het ook kunnen definiëren, maar elke definitie schiet bij voorbaat tekort.

Want ga er maar eens aanstaan: alles van je eigen leven, dat is Zen. Hoe ga je daarmee om? Hoe ga je om met jezelf? Er is een mooie tekst van Dogen (Japan 1200-1253): De Boeddha weg of de Zen weg bestuderen is jezelf bestuderen, jezelf bestuderen is jezelf vergeten, jezelf vergeten is verlicht worden door de 10.000 dingen…

Dit is waar het over gaat, wat zijn we ten diepste, in essentie? Daar gaat Zen over. Dat kun je alleen maar ontdekken door voluit te leven.”

Uit: Zitten de praktijk van Zen, Nico Tydeman
“Zazen (zitmeditatie) is aandachtig kijken, gadeslaan, tot je door laten dringen wat er gebeurt met je lichaam, met je adem, met je gedachten, met je gevoelens. Aandacht is niet een uiteenrafelende en sorterende wijze van onderzoek. Aandacht is een voortdurend cirkelen rond het voorwerp van aandacht. Aandacht impliceert dan ook het bewust worden van de vooronderstellingen waarmee je kijkt, waarmee je je waarnemingen kleurt, begrenst of reeds vooraf waardeert. Aandacht maakt het mogelijk dat een onderwerp zo ‘bloot’ mogelijk wordt en zo diep mogelijk bij je kan binnendringen. Aandacht is daarom niet selectief: alles is welkom. Aandacht is een wijze van strelen. Zoals bij tederheid de ene huid zich niet bekommert om de grens waar hij ophoudt of waar de andere huid begint, maar opgaat in het geweldloos zacht raken, zo is aandacht een tijdens het waarnemen intact laten van het waargenomene.

Probeer die aandacht op te brengen met alle energie die er op dat moment in je is. Zazen is heel hard werken, met alle kracht en intensiteit dit ene doen wat je je voorgenomen hebt te doen: zitten. Geen energie achterhouden door te aarzelen of door te twijfelen of door te zuchten vanwege de moeite die het kost. Je energie niet verminderen door het vandaag maar eens wat rustiger aan te doen omdat er morgen weer een dag komt. Dogen (1200-1253), de grote Japanse meester van de theorie en praktijk van zazen zegt:”Je moet zazen doen alsof het vuur je aan de schenen ligt, alsof de dood je achtervolgt”. Zazen is alles op alles zetten, op dit ene moment.

Al deze aanwijzingen – de lichaamshouding, het volgen van de adem, met aandacht zitten, met volledige inzet zitten – komen samen in één advies: probeer het, probeer het, en probeer het opnieuw. Zazen ontleent niet zijn zin aan een doel, maar aan het doen. Het doen aan zazen is niet minder belangrijk dan de resultaten. Of je nu het gevoel hebt dat je uitstekend gemediteerd hebt, of voor de zoveelste maal ondervonden hebt dat je er weer een puinhoop van hebt zitten maken: het is volstrekt onbelangrijk.

Zazen is geen kwestie van streven naar supermenselijke idealen, van bovenmenselijk eisen, van een zo nodig ‘moeten’. Zazen is proberen, en weer opnieuw proberen. Ook als je de verlichting bereikt hebt – wat dat dan ook moge wezen – moet je daarna opnieuw zazen gaan proberen. Een verlicht mens is niet zozeer iemand die iets bereikt heeft, maar iemand die niet meer ophoudt met proberen.

Daarom moet het ook duidelijk zijn dat zazen niet zozeer een kwestie is van bijzondere ervaringen of toestanden. Zazen is bovenal hard werken, een activiteit, een wijze van doen. Zazen is op een heel bepaalde manier iets (bijvoorbeeld ‘zitten’) doen.

Zazen is een mogelijkheid die in al onze handelingen schuilt. Dat zitten op een kussentje, dat we zo graag ‘meditatie’ noemen, is een gemakkelijk bespreekbaar model, een goede oefen- en laboratoriumsituatie die ons helpen kan de kwaliteit van handelen in de vingers te krijgen, wat Boeddha ontdekte toen hij ‘zat’ onder die boom. Zazen ‘zit’ in ons leven dat een eindeloze reeks van activiteiten is, die pas met de dood eindigen.”(p. 18-20)

“Zazen is voortdurend oefenen het aanraken tot een handeling te maken van bevrijding. Hoe raak ik mijzelf, de dingen en anderen aan zonder dat hun essentie beschadigd wordt? Het zitten is daarom bijzonder geschikt als oefening, omdat de omgeving zo overzichtelijk mogelijk gemaakt is, waardoor je ongestoord kunt waarnemen wat je doet met je bewustzijn, hoe je aanraakt wat je aanraakt. In feite is zazen de oefening het moment van aanraken om te vormen tot hetzelfde moment van aangeraakt worden. De dingen en de anderen krijgen de kans hun eigen verhaal aan mij te vertellen dwars door mijn verhaal heen. En deze oefening is zo wijd als de totale werkelijkheid.” (p. 77)